De tien journalistieke parameters van Peter Vandermeersch

March 29, 2012
Posted in vnoj
March 29, 2012 Vnoj

(foto Vincent Mentzel NRC)

Dinsdag 27 maart 2012 vond er op de toenmalige Lessius Hogeschool, nu Thomas More in Mechelen de eerste studiedag plaats voor docenten Journalistiek uit Nederland en Vlaanderen. In het kader van de bekommernis over de kwaliteitsnorm – of mogelijk kwaliteitslacune – werd onder andere voormalig hoofdredacteur van De Standaard en huidig hoofdredacteur van NRC Handelsblad Peter Vandermeersch uitgenodigd. Hij legde aan de 160 lectoren uit wat de kenmerken van een goede journalist zijn.

Iedereen in het journalistieke veld zal het erover eens zijn dat de mening van Peter Vandermeersch op zijn minst invloedrijk is. Maar wat is dat, een goede journalist? Hoe word je dat? Dat weet hij zelf ook niet. ‘Ik heb nooit een opleiding journalistiek gevolgd, maar ik weet wel naar wie ik op zoek ben’, vertelt hij.  En wat hij zoekt, zit vervat in een tiental parameters.

1 GESPECIALISEERDE KENNIS ‘Ik zoek journalisten met kennis van rechtsgeleerdheid, economie en van alfawetenschappen. Vooral die laatste zijn moeilijk te vinden. We zijn bij NRC Handelsblad voortdurend op zoek naar fysici en scheikundigen die in de journalistiek willen gaan.’

2 BREDE KENNIS ‘Die vind ik vooral bij menswetenschappers: historici, taal- en letterkundigen, sociale en politieke wetenschappers, psychologen, enzovoort. We houden bij NRC van mensen die weten dat Napoleon in Waterloo verslagen is, dat de koningskwestie kort na de Tweede Wereldoorlog plaatsvond, mensen die weten dat Homs een stad in Syrië is en geen voetballer bij AC Milan. Mensen die kunnen meepraten over The Simpsons en prins Friso, mensen die De Slimste Mens kunnen zijn omdat ze breed geïnteresseerd en nieuwsgierig zijn.’

3 LIEFDE VOOR TAAL ‘Ik zoek voortdurend mensen die van taal houden, om te beginnen van het Nederlands. Ik raad iedereen aan om het verzameld werk van Willem Elsschot te lezen. Maar ook mensen die Engels, Duits en Frans spreken. Vreselijk soms, hoe het gesteld is met de kennis van onze tweede landstaal. Ik raad studenten aan om druiven te gaan plukken of een Frans lief te zoeken.’

4 NETWERKERS ‘Als journalist ben je zo goed als jouw adressenboekje of jouw facebookgroep. Ben je in staat om te socializen? Om mensen de pieren uit hun neus te halen? Ik zoek netwerkers.’

5 NIEUWSGIERIGHEID ‘Ik hou van mensen die vragen stellen, van mensen die andere mensen besnuffelen, mensen die van het leven houden. Soms, als er een sollicitant voor me zit, vraag ik me af of ik met die persoon op reis zou willen gaan, of die mij dingen van de wereld zou laten zien die ik anders niet zou zien. Zou die mij intellectueel of gevoelsmatig prikkelen? Zou ik plezier met hem of haar maken? Het antwoord op deze vraag is in veel gevallen doorslaggevend.’

6 LEF ‘Ik zoek journalisten die hun voeten tussen de deur zetten, soms letterlijk. Journalism is sometimes a dirty job. Of dacht je dat het prettig is om bij de moeder van een tiener die net in een brand verongelukt is te gaan bedelen om een foto? Daar heb je ballen voor nodig. Als je thuis komt, voel je je wel eens vies. Lef en koppigheid zijn geweldige talenten die je als journalist moet bezitten.’

7 BESCHEIDENHEID ‘Journalistiek is een bescheiden beroep. Je staat aan de marge van het gebeuren en je probeert naar binnen te kijken. Je staat aan de rand van het voetbalveld, je staat er niet op. Je staat op de perstribune van de Tweede Kamer, je zit zelf niet in de Kamer. Dat geeft je een immense vrijheid van mening. Maar je moet ook beseffen dat je maar een toeschouwer bent, hoe goed je bronnen ook zijn. Journalisten die van op de zijlijn willen meespelen, zijn meestal slechte journalisten.’

8 NIET NAÏEF ‘Het slechtste wat een journalist kan zijn is naïef. Als studenten later een job uitvoeren, moeten ze een gezonde achtergrond hebben. Waarom vertelt deze bron dit aan mij? Waarom vertelt de schepen dit over de burgemeester? Ik hou van achterdochtige journalisten.’

9 MARKETEER ‘Journalisten moeten ook een beetje marketeers zijn. Ze moeten bezig zijn met hun publiek. Dat van De Standaard wil iets anders dan dat van Het Nieuwsblad. Dat wil zeggen dat we geen journalistiek bedrijven voor onszelf, voor onze bron of voor onze gelijkgestemden. Journalistiek bestaat niet zonder haar publiek.  Daarom moet je je als journalist voortdurend afvragen of je de emotionele behoefte van je lezer bevredigt. Journalisten zijn een klein beetje marketeer van het jaar.’

10 VERWONDERING EN VERONTWAARDIGING ‘Dit is misschien het belangrijkste punt. Journalistiek is opgetrokken uit verwondering en verontwaardiging. Wie niet de capaciteit heeft om verwonderd of verontwaardigd te zijn, blijft beter weg uit de journalistiek.’

De lectoren en opleidingshoofden leken sterk onder de indruk van deze redevoering. En hoewel het er misschien op kan lijken dat er wel degelijk in veel scholen sprake is van een kwaliteitslacune, dient er een kanttekening te worden gemaakt. Vanuit de beroepspraktijk komt volgens het onderzoek van Minister Lieten geen groot ongenoegen naar boven. ‘Ook uit recente andere studies naar de ontwikkeling van de behoefte aan journalistieke competenties blijkt niets van een fundamentele misfit, misschien komt dit doordat de journalisten in opleiding allerlei competenties bezitten die huidige journalisten soms missen’, aldus Michel Vermeersch, raadgever van de Vlaamse Minister van Media Ingrid Lieten (SP.A).

Door HILKE CHARELS

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *